Overeenstemming over vergoedingsregeling filmmakers

Er is een gezamenlijke afspraak gemaakt met de rechten- en beroepsorganisaties van de Nederlandse filmmakers over de vergoedingen voor het gebruik van films en tv-series. De afspraken zijn bekrachtigd in een convenant. 

RODAP-voorzitter Medy van der Laan is blij met het resultaat én met de verbeterde relatie tussen makers en gebruikers. “Eind vorig jaar liepen de gesprekken nog vast. In de tussentijd hebben we geïnvesteerd in het herstel van het vertrouwen en goed naar elkaar geluisterd. Het wederzijds begrip is daardoor flink toegenomen. Dat is zeker te danken aan beide onderhandelingsdelegaties en de komst van Felix Rottenberg, de nieuwe voorzitter van PAM, het Portal Audiovisuele makers waarin de rechten- en beroepsorganisaties zich verenigd hebben. Er is nu duidelijkheid over de financiële rechten van de makers, een belangrijke voorwaarde voor een goed functionerende creatieve industrie. Dat laatste is natuurlijk bij uitstek een gezamenlijk belang.”

Vergoeding per abonnee
Het convenant voorziet in twee soorten vergoedingen: voor basic mediaservices en voor extra mediaservices. Voor de basic mediaservices (lineaire televisie-uitzendingen en gratis 'uitzending gemist') betalen de kabelbedrijven en andere distributeurs de komende vijf jaar een vast bedrag per abonnee. Hier was al langer overeenstemming over. Om de inkomsten voor de makers zeker te stellen meldde begin december RODAP dat ze hiervoor een fonds van 15 miljoen euro zouden oprichten. Door overeenstemming met de PAM-partijen, zal oprichting van dit fonds niet meer nodig zijn.  

Onderzoek expertgroep
Ingewikkelder lag de vergoeding voor extra mediaservices via diverse platforms en schermen, zoals video- en broadcasting on demand. Medy van der Laan: “Het is lastig gebleken hiervoor een goede vergoedingsgrondslag te bepalen. Daarom zijn we voor 2015 een lump sum vergoeding overeengekomen. Tegelijkertijd starten we een expertgroep die gaat onderzoeken hoeveel geld er omgaat in de extra mediaservices en welke ontwikkelingen daarbij spelen. De bedoeling is dat we op basis daarvan een vergoedingsgrondslag kiezen, bijvoorbeeld de omzet die de  on demand exploitanen realiseren met extra mediaservices. Ook gaat de expertgroep uitzoeken hoe we om kunnen gaan met buitenlandse filmmakers, zenders en overige partijen zoals Netflix, die soms ook filmmateriaal aanbieden waar Nederlandse makers aan hebben bijgedragen. 

Stap-voor-stap
"Op basis van de uitkomsten van de expertisegroep, zullen we naar verwachting in eerste instantie voor een periode van twee jaar (2016-2017) afspraken maken over de vergoeding voor het gebruik van films en tv-series via extra mediaservices”, aldus Medy van der Laan. “De ontwikkelingen in deze diensten gaan zo snel dat een langere periode niet wenselijk is. Het verschil met BMS is dat voor EMS het uitgangspunt is dat de makers delen in het succes.”

Erkenning
De afspraken betekenen voor de makers een erkenning van hun recht op een vergoeding voor het gebruik van hun films via andere kanalen dan lineaire televisie. Ook is het voor hen belangrijk dat de afspraken rond vergoedingen voor deze extra mediaservices contractueel solide geborgd zijn. De nieuwe wet Auteursrechtencontractenrecht die in de week van 9 februari 2015 is behandeld in de Tweede Kamer, voorziet namelijk alleen in een verplichte vergoeding voor lineaire televisie-uitzendingen. Vergoeding voor het gebruik van films en tv-series via andere platforms moet volgens de nieuwe wet plaatsvinden op basis van vrijwillig collectief beheer. Nu RODAP en PAM dat vrijwillig collectief beheer goed geregeld hebben, staan ze ook beiden achter de nieuwe wet.

 

 

Actualiteit