Financiering in de audiovisuele keten

Nederlandse films worden mogelijk gemaakt door bijdragen van omroepen, investeringen vanuit de markt en via subsidies. Zeer zelden lukt het om de kosten van de film helemaal terug te verdien, maar er zijn uitzonderingen, zoals Gooische Vrouwen en Mees Kees.

Voorfinanciering
Filmfinanciering is een risicovolle vorm van investeren. De investeringen die marktpartijen doen worden lang niet altijd terugverdiend. Filmproducties worden voorgefinancierd door investeringen van distributeurs, sales agents, omroepen, private partijen, fondsen en de eigen investeringen van een producent. Uit de voorfinanciering worden de kosten voor een filmproductie betaald zoals de salarissen van de cast en de crew, en de rekeningen van leveranciers en andere partijen. Vervolgens moet uit de exploitatie deze voorfinanciering terug worden betaald aan de verschillende financiers. Maar de wijze van exploitatie van een film is aan hevige verandering onderhevig.

Nieuwe ontwikkelingen
Door een aaneenschakeling van technische innovaties is de audio-visuele markt als geheel constant in beweging. Consumenten kijken in 2015 op elk gewenst moment en via verschillende devices naar films en tv-programma's. Het is echter nog niet zo dat nieuwe digitale exploitatievormen leiden tot meer omzet: de Video On Demand (VOD)-omzet stijgt sinds een aantal jaar weliswaar, maar heeft de dalende DVD-omzet van de afgelopen jaren niet op kunnen vangen.

Er is veel onzekerheid over de toekomstige ontwikkelingen in de audiovisuele keten. Het is daarom goed dat een expertgroep, met daarin alle stakeholders vertegenwoordigd, onderzoek gaat doen. De vraag is ondermeer of de VOD omzet de daling van de DVD-omzet überhaupt zal kunnen gaan compenseren: het publiek betaalde, nog niet heel lang geleden, per op DVD gekochte of gehuurde film; bij VOD zien we een verdienmodel waarbij wat vroeger voor 1 DVD werd betaald nu als maandbedrag geldt voor een abonnement dat recht geeft op een onbeperkt aantal films. Per film levert VOD dus veel minder op dan wat vroeger per DVD-film werd betaald.

De cijfers zijn veelbetekenend: in 2009 bedroeg de totale home video markt (digitale diensten en de fysieke verkoop en verhuur markt van dvd's) 369 miljoen euro. In 2014 was de totale home video markt goed voor 298 miljoen euro*, een daling van 71 miljoen euro. Maar er zijn ook andere aspecten waar de expertgroep naar gaat kijken: bijvoorbeeld of er een nieuw publiek wordt aangeboord door de komst van Video On Demand. 

RODAP vindt het goed dat besloten is dat er geen verplichte wettelijke aanspraak van makers komt op de VOD-omzet van een aanbieder. Niet in de laatste plaats omdat een dergelijke verplichte wettelijke aanspraak zich niet beperkt tot alleen Nederlandse films: ook makers van buitenlandse films zouden dan een deel van de omzet van VOD-aanbieders in Nederland mogen opeisen. De VOD-omzet in Nederland is zelfs voor 85% bepaald door het buitenlandse product. Bij verplichte aanspraken van makers op VOD-omzetten via een wijziging van de Nederlandse Auteurswet zou het grootste deel van die omzet dus naar het buitenland zijn verdwijnen. Voor een gezond en toekomstbestendig financieringsklimaat voor films is het cruciaal dat verplichte aanspraken van makers op omzetten beperkt blijven tot exploitatievormen waar dergelijke aanspraken in de praktijk al bestonden: bij lineaire kabeldoorgifte films en tv-programma’s dus. 

Bijdrage filmdistributeurs aan financiering gedaald
Filmdistributeurs dragen jaarlijks substantieel bij aan de financiering van Nederlandse films. Zij doen dit door middel van royalty-voorschotten via de producent: Zij garanderen een voorschot op de inkomsten die ontstaan als een film wordt uitgebracht via diverse exploitatie-kanalen. Denk aan de bioscoop, dvd, VOD, televisie, pay TV etc. Uit cijfers van het Nederlands Filmfonds blijkt dat het in 2013 ging om een bedrag van ruim € 10 miljoen en ruim € 9,5 miljoen in 2012. Na uitbreng van een film ontvangen filmdistributeurs van de exploitatiekanalen een deel van de exploitatie-omzet die deze kanalen met de film maken. Uit dat aandeel moeten de filmdistributeurs hun royalty-voorschotten terugverdienen.

 

*(Bron: PwC - Entertainment and Media Outlook for the Netherlands 2014-2018, pagina 23).