Onzekerheid schaadt Nederlandse film en televisie-sector

Film en televisie-industrie gebaat bij einde aan juridische strijd. Producenten, omroepen en distributeurs (RODAP) willen onderhandelingen afronden.

Doordat collectieve beheersorganisatie Lira nog steeds de uitzending van Nederlandse film- en televisieprogramma’s wil verbieden, verkeren financiers, distributeurs en exploitanten in onzekerheid over de exploitatierechten van filmwerken. Dit leidt tot terughoudendheid bij financiers en bemoeilijkt en hindert het tot stand komen van nieuwe producties. De hele film- en televisiesector, van makers en producenten tot exploitanten, ondervindt hier schade van.

Dit stelt RODAP vandaag tijdens een bodemprocedure voor het gerechtshof in Amsterdam die door Lira tegen Ziggo is aangespannen. De procedure gaat over de vraag of Ziggo de toestemming heeft om bepaalde producties uit te zenden. RODAP heeft zich in de procedure aan de zijde van Ziggo geschaard vanwege het belang dat zij gezamenlijk hebben in de exploitatieketen.

”Er moet nu echt een einde komen aan de juridische strijd hierover”, zegt Medy van der Laan, voorzitter van RODAP. “Er is nog een klein deel waar we met elkaar uit moeten komen. Dat kan, en dan kunnen we ons weer concentreren op films en series maken waar het publiek graag naar kijkt.”

Van der Laan benadrukt dat de wet Auteurscontractenrecht (ACR), die juli 2015 van kracht is, de centrale positie van de film- en televisieproducenten bevestigt. “Bij de totstandkoming van de wet is duidelijk gesteld dat de producent het financiële risico draagt, en dat hij daarom contracten met derden moet kunnen sluiten over de exploitatie van het filmwerk zonder daarbij afhankelijk te zijn van toestemming van collectieve beheersorganisaties”, aldus Van der  Laan. ,,Makers kunnen hun rechten dus aan producenten overdragen, maar niet aan Lira of een andere collectieve beheersorganisatie.”

De positie van de makers is versterkt omdat nieuwe vergoedingsaanspraken voor de belangrijkste filmmakers zijn gecreëerd. Sinds het afsluiten van het convenant tussen PAM - namens de collectieve beheerorganisaties Lira, Vevam, Norma - en RODAP, begin 2015, ontvangen de makers een substantiële bijdrage van distributeurs, omroepen en producenten. Dit gebeurt in de vorm van een vergoeding voor de collectieve beheerorganisaties van ongeveer € 15 miljoen op jaarbasis.

In het kort geding dat PAM januari 2016  tegen RODAP had aangespannen wees de rechter alle vorderingen van PAM af. Bovendien vond de rechter het niet
onredelijk dat RODAP zich op het standpunt stelt dat de nieuwe wet er op is gericht dat alle rechten bij de producent liggen.

“Het convenant is inmiddels op hoofdlijnen uitgewerkt. Het schaadt de hele Nederlandse film- en televisiesector als makers en producenten steeds in de rechtszaal tegenover elkaar staan”, aldus Van der Laan. ,,Laten we stoppen met de juridische strijd en het laatste stukje van de onderhandelingen afronden.”