Wetsvoorstel Auteurscontractentrecht in werking getreden

Het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht is per 1 juli j.l. in werking getreden. Voor RODAP is met name de wijziging van artikel 45d van de Auteurswet van belang. Onderstaand zal op een aantal aspecten van de wijzigingen worden in gegaan.

Concentratie van de rechten bij de producent
Op dit punt is de wet niet gewijzigd. Het uitgangspunt van het filmauteursrecht zoals neergelegd in art. 45d blijft dat de rechten geconcentreerd worden bij de producent. Zie ook RODAP en het auteursrecht. In de toelichting bij de wet geeft de wetgever nogmaals de noodzaak aan dat de rechten bij de producent worden geconcentreerd. 

Nieuwe vergoedingsaanspraak 
In de wet is een nieuwe vergoedingsaanspraak voor hoofdmakers neergelegd. De wetgever heeft met de regeling min of meer de weggevallen vergoeding voor retransmissie in een nieuw jasje terug laten komen. 
De hoofdmakers hebben recht op een proportionele billijke vergoeding in geval het filmwerk via omroepen en/of distributeurs, zoals telecomaanbieders en kabelaars, wordt 'openbaar gemaakt', zeg maar uitgezonden of doorgegeven aan de consument/kijker. De voorwaarde voor een maker op een dergelijke vergoeding is wel dat hij zijn rechten overgedragen heeft aan de producent. Zonder overdracht van zijn rechten aan de producent kan geen aanspraak op deze vergoeding - betaald door de openbaarmaker - worden gemaakt.
Verder bepaalt de wet dat deze vergoeding uitsluitend via de collectieve beheersorganisaties, waar de verschillende makers bij aangesloten zijn, kan worden verkregen. En waar de Auteurswet dit regelt voor scenarioschrijvers en regisseurs wordt via een zogenaamde schakelbepaling dit voor uitvoerend kunstenaars geregeld in de Wet Naburige rechten.

Een vergoedingsaanspraak voor on demand
De wetgever heeft bepaald dat de nieuwe vergoedingsaanspraak (zoals hierboven beschreven) niet geldt voor het recht van de maker met betrekking tot zijn bijdragen aan een filmwerk voor on demand-diensten. De wetgever gaat er vanuit dat in principe deze rechten door de maker worden overgedragen aan de producent (tenzij ze daar andere afspraken over maken).  In het geval de maker zijn rechten voor on demand overdraagt aan de producent dan, stelt de wetgever, heeft de hoofdmaker recht op een billijke vergoeding. En deze billijke vergoeding voor on demand voor de hoofdmaker moet volgens de wetgever een relatie hebben met de exploitatieopbrengsten. 

Vrijwillig collectief beheer
De on demand vergoeding valt dus niet onder de vergoeding die verplicht collectief via de CBO’s wordt geïncasseerd. De wet bepaalt dat het een verplichting is die ligt bij de producent. De producent zou derhalve de noodzakelijke afspraken met omroepen, distributeurs en andere on demand aanbieders moeten gaan maken. Daarnaast zouden de producenten de uitkering van de vergoeding moeten gaan organiseren. Hier blijkt direct de toegevoegde waarde van RODAP. In RODAP zijn de drie betrokken schakels in de audiovisuele industrie verenigd. Onderling hebben ze afspraken gemaakt hoe deze vergoedingsaanspraak te organiseren. Daarbij heeft RODAP met de drie betrokken CBO’s (Lira, Norma en Vevam), onder de vlag van PAM, afspraken gemaakt over dit model voor vrijwillig collectief beheer waarbij de vergoedingen voor on demand zullen worden geïncasseerd door de drie gezamenlijke CBO’s. Met daarbij de afspraak dat zij verder verantwoordelijk zijn voor de uitkering, de repartitie naar de makers die daar recht op hebben. 

Lees hier het verslag van het in februari van dit jaar gehouden Tweede Kamer-debat over het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht.